Dutroux voor beginners

Weinig theatermakers ontvangen doodsbedreigingen. Milo Rau wel. De voorstellingen van de Zwitserse regisseur maken vaak heftige reacties los. In zijn nieuwe stuk, dat te zien zal zijn tijdens het Kunstenfestivaldesarts, laat hij kinderen in de huid kruipen van vier personen uit het leven van seriemoordenaar Marc Dutroux.

 

milo_rau_c_saskia_vanderstichele

Milo Rau: “Kinderen hebben de vaardigheid om te schakelen tussen tussen werkelijkheden.” (© Saskia Vanderstichele)

Je moet het maar durven. Aan een Vlaams meisje van acht jaar vragen om Sabine Dardenne te spelen,het meisje dat in 1996 door Marc Dutroux ontvoerd en verkracht werd en overleefde. Milo Rau schrikt er niet voor terug. Integendeel, het productiehuis van de 39-jarige regisseur, met de opvallende naam International Institute of Political Murder, staat erom bekend voorstellingen te maken over pijnlijke en beladen onderwerpen.Ze speelden de genocide in Rwanda na in Hate Radio, lieten de Noorse terrorist Anders Breivik aan het woord in Breivik’s Statement en bespraken het moslimfundamentalisme inThe Civil Wars, dat in 2014 op het Kunstenfestivaldesarts te zien was. Politiek theater, dat sluimerende denkbeelden blootlegt en angsten en taboes die we onder het tapijt proberen te vegen eronder vandaan haalt en op het podium smijt. Je kan het dan ook op zijn minst een opmerkelijke keuze noemen om Rau uit te nodigen om een voorstelling met kinderen te maken.Toch deed het Gentse kunstencentrum Campo het. Belgische kinderen tussen de acht en dertien jaar zullen vier personen die betrokken waren bij de zaak-Dutroux vertolken in Five Easy Pieces. Terwijl Rau twee doosjes supermarktsushi naar binnen werkt, vertelt hij over zijn nieuwe stuk en hoe hij ertoe kwam het te maken.

Milo Rau: Toen Campo mij vroeg, was mijn eerste associatie bij België en kinderen Marc Dutroux. Voor mij als buitenlander was hij de bekendste figuur hier. Toen ik in 2013 in Brussel onderzoek deed voor The Civil Wars, vroeg ik tijdens de repetities aan de acteurs: wanneer had je het gevoel dat België één land was, wanneer voelde je je verbonden met andere Belgen? “Tijdens de Witte Mars,” zeiden ze. “Toen iedereen samen de straat opging.” Dat vond ik interessant.

Hoe heb je het onderzoek aangepakt?

Rau: We hebben heel veel betrokkenen gecontacteerd: van de openbare aanklager tot journalist. We zagen video’s en foto’s en alle andere documenten uit de rechtszaak. Ik vond verslagen van de re-enactments waarin Dutroux met de politie teruggaat naar de plekken waar hij de kinderen heeft vermoord en begraven. Verder spraken we met de vader van Eefje Lambrecks en de moeder van Dutroux. Het was eigenlijk gemakkelijker dan ik dacht om met mensen te praten. Het is inmiddels twintig jaar geleden, het onderwerp ligt minder gevoelig.

Hoe zit het stuk in elkaar?

Rau: Five Easy Pieces is een verwijzing naar Stravinsky, die honderd jaar geleden een serie oefeningen componeerde om kinderen piano te leren spelen. Ook ons stuk is opgebouwd uit vijf monologen. De monologen zijn reflecties op theater, ze geven elk een ander perspectief op de overkoepelende vraag: hoe kun je leren om een acteur te worden? De monoloog van de politieagent heet ‘wat is acteren?’ en het gaat over hoe je in de huid van een politieagent kruipt; wat moet je weten van zijn biografie? Het stuk over Sabine Dardenne, heet ‘essay over onderwerping’ – daarbij gaat het over de machtsrelatie tussen acteur en regisseur. Dat is iets dat ik heel interessant vind: aan de ene kant push je de kinderen om iets te doen, en aan de andere kant vragen ze in al hun enthousiasme jou of ze iets mògen doen. Dutroux is daarom bijna een metafoor voor theater, zeker theater met kinderen. Want het theater is een instituut waar de regisseur zo ongeveer alles kan doen met zijn acteurs. Hoe is het om te werken met kinderen? Rau: Het heeft wel iets van sport; iets repetitiefs oefenen tot het lukt. We doen veel dezelfde basisoefeningen, voor concentratie bijvoorbeeld. Met volwassen acteurs kun je denken: ‘laten we het zo doen, en dan zien we.’ Maar met kinderen is dat anders. Je kunt wel de ene improvisatie na de andere op het podium brengen, maar dat is zinloos: dan kijk je gewoon naar spelende kinderen.

Hoe vonden de kinderen het om aan dit onderwerp te werken?

Rau: Voor kinderen is het niet zo choquerend. Dat is het misschien eerder voor volwassenen. Kinderen hebben de vaardigheid om te schakelen tussen twee werkelijkheden. Voor hen is het niet moeilijk om enerzijds een imaginaire wereld te hebben waarin er geschoten wordt en gemarteld, en waarin je alles kan doen, en een andere werkelijkheid waarin je heel gevoelig bent. Je vergeet hoe dat was als je ouder wordt en de verschillende aspecten in je persoonlijkheid meer met elkaar samenvallen. Datzelfde fenomeen zie je bij overheden tijdens genocides. Ze pogen dat dualistische denken terug te halen, zodat het geen probleem is om overdag naar Auschwitz te gaan en ‘s avonds gezellig met je familie door te brengen.

Kinderen representeren ook iets anders dan volwassenen: een soort puurheid, of onschuld. Hoe ga je om met deze associaties?

Rau: Ik heb vaak het gevoel gehad dat de kinderen in theater opgevoerd worden om over puurheid en poëzie te praten. Wij willen op een ander niveau met ze werken. Bevragen wat de grenzen zijn van wat kinderen weten en voelen en mogen doen. Je voelt je niet honderd procent prettig als je een kind zijn kleren uit laat trekken op het podium. Wat ervaren wij daardoor als volwassenen, en wat zegt dat over eigen angsten en taboes?

Dutroux zelf komt niet in het stuk voor. Waarom niet?

Rau: We hebben geen plek voor hem gevonden. Aanvankelijk was er een scene waarin hij in een kruisverhoor was met zijn psycholoog, maar dat bleek niet interessant genoeg, hij is eigenlijk gewoon een simpele leugenaar die niets te zeggen heeft. Er is één moment overgebleven waarin hij heel kort voorkomt. Dutroux vertegenwoordigt in de ogen van veel mensen het ultieme kwaad in de mens. Is er volgens jou een oorzaak van dit gedrag? Rau: Voor mij is civilisatie en ‘normaal’ gedrag de uitzondering en is barbarij het normale menselijke gedrag. Bij kinderen zie je heel goed hoe de twee naast elkaar bestaan. Ze houden van dieren, maar hebben er geen moeite mee om vlees te eten. Pas in de puberteit breekt er een korte periode aan waarin je je realiseert wat je werkelijk aan het doen bent, en ontstaat er allerlei gevoelens van stress en schuld en dan word je vegetariër. Zodra je volwassen bent, vergeet je dat weer en val je terug in amoraliteit.

Je werk wekt veel controverse op…

Rau: Bij dit stuk verwachtte ik met de kinderen veel meer drama en misverstanden. Maar ze zijn opgeroeid met het verhaal, net als mijn eigen dochters Hitler kennen. Ze weten dat Hitler een massamoordenaar was die alleen van blonde mensen hield, maar ze beseffen nog niet helemaal wat dat betekent. Het is, net als het verhaal van Dutroux, een sprookje. Sommige van mijn stukken zijn inderdaad controversieel. Daarin zoek ik thema’s op die discussie uitlokken. Maar in andere stukken ben ik helemaal niet uit op controverse. Dat het stuk met Breivik in Duitsland een groot schandaal veroorzaakte, was een misverstand.

Hoe komt het dat mensen je werk verkeerd begrijpen?

Rau: Als mijn werk aanstootgevend is, komt dat doordat de maatschappij die ik beschrijf aanstootgevend is. Ik reflecteer daar als kunstenaar gewoon op. Ik verzin niks. Ik denk niet dat er theaterregisseurs bestaan die dingen verzinnen die aanstootgevender zijn dan de realiteit. Zo maakte ik in Zwitserland een stuk over een leraar die door de vader van zijn één van zijn studenten wordt vermoord (The Sankt Gallen’s Teacher Murder, red.). Elf jaar lang hebben alle kranten daarover volgestaan, er zijn boeken over geschreven en er werd over gepraat in talkshows. Als er dan een theatermaker komt die er een stuk over wil maken, kan dat niet. Ik vind dat absurd.

De aanslag in Brussel is nog heel vers in het geheugen van de mensen. Is Brussel er wel klaar voor om over dat andere nationale trauma na te denken?

Rau: Afgelopen november speelden we Compassion. The history of the machine gun in Frankrijk, direct na de aanslagen. Er was ook een scène waarin de acteur met een kalasjnikov naar het publiek schoot. Dat was niet zo bedacht, maar het kreeg een heel andere lading. Weet je wat het is? Het gaat niet over de aanslag, of over Dutroux, het is een excuus om ergens anders over te praten. Over een overheid die niet functioneert, over hoezeer mensen zijn losgekoppeld van het politieke systeem. In het stuk praten de kinderen kort over de aanslag in Brussel, want één van hun vaders woont in Molenbeek. Ze begrijpen dat er niet veel is veranderd sinds Dutroux, dat je er altijd alleen voor staat. Als de regisseur aan de jongen die politieagent speelt vraagt wat hij ervan vond, zegt hij: “ik had niet veel tekst, maar ik vond mijn uniform mooi.” Dan antwoordt één van de andere kinderen: “Een uniform dragen is niet genoeg.”

Milo Rau, geboren in 1977, in Bern.Studeert Sociologie en Germaanse en Romaanse studies in Parijs, Zürich en Berlijn.
Journalist, regisseur en schrijver. 2007: Oprichting theater- en filmproducuctiebedrijf International Institute of Political Murder (Köln/Berlijn/Zürich).
Eerder al op het Kunstenfestivaldesarts: The Moscow Trials (2013), The Civil Wars (2014) en The Dark Ages (2015).

 

Tekst: Jasmijn Post en Maria Groot

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: