Welkom in het land waar slavernij nog bestaat

Net zoals haar moeder en haar grootmoeder hun hele leven slaven waren geweest, stond ook haar toekomst en die van de baby in haar buik al vast.Zittend op de vloer van haar hutje van planken en lappen, in een buitenwijk van de Mauritaanse hoofdstad Nouakchott, vertelt Essatime (27) haar verhaal. Met een uitdrukkingsloos gezicht, alsof ze verlamd is door wat ze heeft meegemaakt.

Essatime_Mint_Mbarke_Lowres©LisaDeveltere-4268

Essatime

Toen ze 5 jaar was, vroeg een invloedrijke Arabisch-Berberse familie om een klein meisje dat kon helpen in het huishouden. Essatime werd weggehaald bij haar moeder, die als slaaf bij een andere familie woonde, om in het onbekende huis te koken, de vloer te vegen, en de voeten van haar meester te masseren.

Historisch fenomeen

Volgens de Mauritaanse overheid is Essatime nooit een slaaf geweest. Officieel bestaat er geen slavernij in Mauritanië, een kaal woestijnland in West-Afrika.

Mevrouw Mint Abdel Wedoud, voorzitter van de Commission Nationale des Droits de l’Homme, ontvangt ons in een koud kantoor. Boven haar bureau hangt het portret van president Aziz. De mensenrechten-organisatie heeft een onafhankelijk statuut, maar werkt samen met de overheid.

Irabiha Mint Wedoud ©Lisa Develtere

Irabiha Mint Abdel Wedoud

‘U bent nu een week in dit land’ begint mevrouw Wedoud. ‘Hebt u één slaaf gezien?’ Voordat ik kan antwoorden, zegt ze beslist: ‘Nee, u hebt geen slaaf gezien. Er zijn hier namelijk geen slaven. Ik heb in mijn leven nog nooit een slaaf gezien. En mijn kinderen ook niet. Slavernij is een historisch fenomeen, dat we hier vroeger hebben gekend. Maar dat is verleden tijd.’

Van moeder op kind

Slavernij werd drie keer afgeschaft in Mauritanië. In 1905 door de Franse kolonisator. Vervolgens bij de onafhankelijkheid in 1961 en opnieuw in 1981. De afschaffing bleef al die tijd een dode letter en het duurde tot 2007 voordat er concrete wetgeving kwam. Sindsdien riskeert een slavenhouder een celstraf van 5 tot 10 jaar.

Volgens de wet is iedereen vrij. Toch krijgt mevrouw Mint Abdel Wedoud weleens een dossier binnen van iemand die zegt slaaf te zijn.

‘Na onderzoek blijkt meestal dat er geen sprake is van slavernij, maar van een historische band waardoor mensen bij hun voormalige meesters blijven, zelfs als ze vrij zijn.’

Het is het officiële standpunt van de overheid. Slavernij heeft bestaan, maar niet meer. Er zijn alleen nog séquelles: overblijfselen van een oud systeem.

Collega Déthié Mamadou Sall, die is komen meepraten, wil het graag uitleggen aan de hand van een vergelijking: ‘Het is als een geit die zijn hele leven vastgebonden is geweest. Als je het touw doorsnijdt, blijft hij gewoon staan.

Onwil bij de overheid

Toch plaatsen verschillende mensenrechtenorganisaties Mauritanië bovenaan de lijst met landen waar slavernij nog bestaat. Volgens Walk Free Foundation leeft vier procent van de bevolking in slavernij, het hoogste percentage ter wereld.

©Lisa Develtere betoging

Betoging in de hoofdstad Nouakchott op 29 april 2015

De Verenigde Naties stuurden in 2009 en in 2014 een speciale rapporteur ter plaatse om de situatie te onderzoeken. In haar rapport bevestigt Gulnara Shahinian dat er inderdaad slavernij bestaat in Mauritanië. Het gaat daarbij om traditionele slavernij. Die vorm van slavernij verschilt van moderne slavernij, en wordt van moeder op kind doorgegeven.

Een traditionele slaaf wordt geboren als eigendom van een meester die de volledige macht heeft over zijn leven, lichaam en bezittingen. De eigenaar kan hem weggeven, uithuwelijken en onbetaald laten werken. In tegenstelling tot de overheid, die de verantwoordelijkheid grotendeels bij de persoon zelf legt, leggen de VN die terug bij de overheid.

In haar rapport spreekt de rapporteur haar waardering uit voor de stappen die zijn gezet op het gebied van wetgeving, maar constateert een gebrek aan uitvoering in de praktijk. ‘Politie en justitie tonen zich onwillig om beschuldigingen van slavernij op te volgen’, schrijft ze. ‘De meeste zaken worden zonder grondig onderzoek gesloten.’

Ze is bovendien verontrust door het lage aantal succesvolle veroordelingen sinds 2007: één.

Steen in de sandaal van de staat

De frontlijn van het gevecht tegen slavernij loopt dwars door Mauritanië. Met één strijder voorop. De Mauritaanse Spartacus noemt een buitenlandse journalist hem. Malcolm X, vergelijkt een ander. Zijn eigen landgenoten noemen hem gewoon Biram. Zijn voornaam volstaat om te weten over wie het gaat. Tot diep in de woestijn praten ze over hem. Lijsten zijn portret in. Geven hun zonen zijn naam.

Abeid-10

Biram Dah Abeid                                     foto Noortje Palmers

Biram Dah Abeid (50) is de bekendste anti-slavernij activist van Mauritanië. In een paar jaar tijd heeft hij het land in twee groepen verdeeld: voor- en tegenstanders van IRA, zijn ngo. L’Initiative pour la Résurgence du mouvement Abolitionniste heeft een rode gebalde vuist als logo. Een vuist richting staat, die volgens IRA medeplichtig is aan slavernij.

De machthebbers behoren tot een etnische elite van Arabische-Berbers die zelf slaven hebben. Ze hebben geen enkel belang bij bestrijding. Zelfs de neef van de president heeft slaven, zegt IRA. Essatime was één van hen.

Human Rights Prize 

Biram vecht al vanaf zijn kindertijd tegen slavernij. Na zijn studentenjaren sluit hij zich aan bij de anti-slavernij organisatie SOS Esclaves. Maar uiteindelijk vindt hij hun aanpak niet efficiënt genoeg. Te conformistisch. Te mild voor de staat.

In 2008 besluit hij om IRA op te richten. De machthebbers verdienen een klap om de oren, en die gaat Biram uitdelen. Betogingen en hongerstakingen volgen, en heldhaftige bevrijdingsacties van slaven.

Wanneer hij in 2013 islamitische geschriften verbrandt die slavernij zouden rechtvaardigen, staat het land op zijn kop. Zijn protest trekt de aandacht. De internationale pers reist af om hem te spreken.

Biram krijgt in 2013 de Human Rights Prize, een prestigieuze prijs van de VN die Nelson Mandela ook heeft ontvangen. Op het toppunt van zijn populariteit stelt hij zich in 2014 verkiesbaar als president. Maar in plaats van het presidentieel paleis, krijgt hij de cel.

Begin 2015 wordt Biram tot twee jaar cel veroordeeld voor lidmaatschap aan een niet erkende organisatie, deelname aan een niet toegestane samenkomst en het verstoren van de openbare orde. Hij zit momenteel in een streng bewaakte gevangenis middenin de Sahara.

Wie zijn de slaven en wie de meesters?

Ik ontmoet Biram Dah Abeid in februari 2014. Hij zit op dat moment nog niet in de gevangenis, en heeft zich net kandidaat gesteld als president. Een imposante man, omringd door 3 beveiligingsagenten die hij met één blik tot stilte maant.

Voordat we het gesprek beginnen, wil hij weten of ik me goed heb voorbereid. Na een kleine overhoring, die abrupt wordt onderbroken als de naam van een andere activist valt, krijgt mijn fixer een uitbrander. Die had mij beter moeten inlichten. Dan knikt meneer Abeid, ik mag mijn eerste vraag stellen.

‘Wat is het grootste misverstand dat er over slavernij bestaat?’ wil ik weten. Biram zwijgt. Denkt na. Neemt dan het woord, langzaam, bedachtzaam, als een dominee.

‘Het choqueert mij dat sommige westerlingen zeggen dat slavernij in onze cultuur zit. Ze halen een grove misdaad uit de criminele sfeer, en maken er een cultureel fenomeen van. Dat voelt als een ontkenning van alles dat mij en mijn medemensen wordt aangedaan.’

Kastensysteem

Als Biram het over zijn medemensen heeft, heeft hij over de Haratin, de etnische bevolkingsgroep waar hij zelf toe hoort. Als je de Mauritaanse samenleving vergelijkt met het kastensysteem van India, zijn de Haratin de kastelozen, een gediscrimineerde en gemarginaliseerde bevolkingsgroep. Verdrukt door de piramide van een etnisch verdeelde samenleving. Dat heeft grotendeels met hun slavernijverleden te maken.

meisje Kaedi ©Lisa Develtere

Een meisje in Kaédi, een stad in het zuiden van Mauritanië.

Honderden jaren geleden woonden deze zwarte boeren in het zuiden van het land, toen zij tijdens razzia’s gevangengenomen werden en tot slaaf gemaakt door de Witte Moren, Arabische Berbers uit het noorden. Toen deze slaven tijdens de vorige eeuw gaandeweg bevrijd werden, kregen ze de naam Haratin, waarschijnlijk afgeleid van het Arabische woord voor ‘vrijheid’. Maar erg vrij zijn ze nog altijd niet.

De meerderheid van de Haratin leeft in een situatie die het midden houdt tussen moderne en traditionele slavernij. Als ik vraag aan Biram of slavernij ook in de andere gemeenschappen voortkomt, ontkent hij stellig. ‘Er is maar één soort meesters: Arabisch-Berberse meesters.’

Zwarte meesters

‘Zo zwart-wit is het niet.’ Dat zegt Boubacar Messaoud, oprichter van SOS Esclaves. De zeventigjarige man strijdt al een half leven tegen slavernij. Vroeger vaak samen met Biram, maar de activisten verschillen de laatste jaren steeds vaker van mening.

Boubacar woont in één van de betere wijken van de hoofdstad in een modern huis, dat hij zelf heeft ontworpen. Hij ontvangt ons in de traditionele nomadentent achter het huis, waar de familie in de zomermaanden thee drinkt en televisie kijkt.

Boubacar_Ould_Messaoud_Lowres©LisaDeveltere-4011

Boubacar Messaoud

‘Met wie je ook spreekt in Mauritanië, altijd hoor je weer dat slavernij bij anderen voorkomt, maar niet in de eigen gemeenschap. Slavernij is het zichtbaarst bij de Witte Moren, omdat zij bijna altijd zwarte slaven hebben.’ Bovendien komt slavernij bij hen het meest voor, en houdt het hardnekkiger stand. Toch is het gevaarlijk om het probleem versimpelen tot een raciale kwestie, zoals IRA doet. ‘Traditioneel komt slavernij in alle gemeenschappen voor. Ook onder zwarten. Er zijn zelfs Haratin die slaven hebben.’

Buschauffeur en ex-slaaf

Moyna was slaaf van een Haratin. Opmerkelijk genoeg zijn het twee medewerkers van IRA die me aan haar voorstellen. Vanuit het centrum van Nouakchott is het een halfuur rijden. Elke kilometer staan er minder huizen langs de weg. Uiteindelijk houdt ook het asfalt op.

Moyna (52) woont met een tiental familieleden in een houten barak middenin het hete woestijnzand. Onder het afdak zwermen vliegen rond een dienblad met beschadigde mango’s: haar broodwinning. Ze kan er nauwelijks van leven, maar alles is beter dan haar vorige leven, vindt ze.

Moyna ©Lisa Develtere

Moyna (centraal)

Als jonge vrouw besloot ze te vluchten, nadat haar meester haar zwanger had gemaakt en de baby had gedood. ‘In die tijd reden er dagelijks bussen van Rosso naar Nouakchott’, vertelt ze in de donkere hut. ‘Ik had nog nooit de bus genomen. Had geen geld bij me. Ik wist zelfs niet waar dat voor diende, geld. Maar de buschauffeur liet me instappen. Toen we aankwamen in Nouakchott, riep de chauffeur me bij zich en fluisterde: “Toen ik u zag begreep ik dat u een slaaf was, zoals ik vroeger zelf ook ben geweest. Ik ben blij dat ik u kon helpen.”‘

Waarom lopen slaven niet weg?

Slavernij roept vaak associaties op met de koloniale tijd, met zwarte slaven die aan ijzeren halskettingen zijn vastgebonden. Hoe zit dat in Mauritanië? Hoe zorgen meesters dat hun slaven niet weglopen?

‘De Amerikaanse plantagehouders dróómden van slaven zoals wij ze hier hebben,’ zegt Boubacar Messaoud, voorzitter van SOS Esclaves. ‘Je hoeft ze niet vast te binden, want ze lopen toch niet weg. Ze zijn volledig onderworpen, geformatteerd door een omgeving waarin slavernij diep verankerd is in de normen en waarden, in de tradities, in de religie.’

Sfeerbeelden_Nouakchott_Lowres©LisaDeveltere-5316

Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië

‘Om slavernij te begrijpen, moet je kijken naar de bron. Je hebt twee stadia. In het eerste stadium wordt een vrije mens –een man, een vrouw, een kind– op een kwade dag gevangen genomen. Hij haat degene die hem tot slaaf heeft gemaakt en probeert te vluchten, of zichzelf te doden. De afstammeling van die slaaf, vele generaties later, is niet anders gewend. Hij is nooit vrij geweest. Zelfs niet in zijn gedachten.’

Paradijs

De slaaf houdt van zijn meester. Hij is trots op hem. Op zijn moed, op zijn intelligentie. Niet zijn eigen vader is zijn voorbeeld, maar zijn meester. Hij schept over hem op tegen andere slaven. ‘Jouw meester geeft niet om jou. Kijk eens wat de mijne voor mij heeft gedaan.’

‘De Amerikaanse plantagehouders dróómden van slaven zoals we ze hier hebben. Je hoeft ze niet vast te binden, want ze lopen toch niet weg’

Een slaaf zal soms zelfs bereid zijn om te sterven voor zijn meester, omdat hij gelooft dat hij daarvoor in het paradijs wordt beloond. Gehoorzamen aan de wil van de meester is een heilige opdracht die hij plichtsgetrouw uitvoert. Voor zijn lot weglopen, zou hoogverraad zijn, aan zijn meester, aan Allah. En wat zouden zijn broers en zussen er wel niet van denken, heeft hij soms meer recht op vrijheid dan zij?

Bovendien, waar zou hij naartoe moeten? Hij is nooit naar school geweest, hij heeft geen beroep geleerd. Waar zou hij moeten wonen, wie zou hem eten geven en werk? Hulp zoeken komt niet bij hem op, instanties zijn toch niet te vertrouwen en de politie zou hem beslist terugsturen. Nee, hij blijft beter waar hij is.

Hoe denken de slavenmeesters?

‘Ik had als kind mijn eigen slaaf,’ vertelt Aminetou Mint El Moctar, een Moorse vrouw met een lang gezicht en een ouderwetse bril, die langzaam van haar neus zakt terwijl ze praat.

Aminetou Mint El Moctar ©Lisa Develtere

Aminetou Mint El Moctar

‘Dat was heel normaal in onze familie, er woonden meerdere slaven bij ons thuis. Toch beschouwde ik hen nooit als slaven, het voelde alsof ze mijn broers en zussen waren. De oudste was als een moeder voor me. Ik dacht zelfs lang dat zij mijn mama was. Ze was blank, net als ik, en ik was onafscheidelijk van haar, ik sliep altijd bij haar.’

Aminetou raakt geëmotioneerd wanneer ze aan de vrouw terugdenkt. Ze glimlacht, sluit haar ogen even en kruist haar handen voor haar borst, alsof ze haar een knuffel geeft.

Mensonterend

Maar toen Aminetou 13 jaar was, begon ze te vermoeden dat er iets niet klopte bij haar thuis. In die tijd, midden jaren zeventig, was de links-democratische beweging erg populair onder Mauritaanse jongeren.

Aminetou liep mee met manifestaties, bezocht info avonden. Wat ze daar hoorde zeggen over slavernij verwarde haar, maakte haar beschaamd. Het was niet normaal om slaven te hebben, maar mensonterend. Aminetou begon vragen te stellen en kwam steeds vaker met nieuwe ideeën thuis. Haar vader wilde er niks van weten, strafte Aminetou als ze weer eens over begon. Maar het meisje hield voet bij stuk. Ze weigerde om met slaven in één huis te wonen. Uiteindelijk gaven haar ouders toe. Ze lieten hun slaven vrij.

Rebel

Op dat moment wisten haar ouders nog niet dat hun dochter later een prominente mensenrechtenactiviste zou worden. Een heldin voor honderden vrouwen, vooral uit de Haratin gemeenschap. Voor een verkracht meisje dat ze in een oude ambulance naar het ziekenhuis bracht, voor een scheidende vrouw voor wie ze een advocaat regelde, voor een oude slavin die leerde lezen.

meisje Kaedi ©Lisa Develtere

Kaédi, in het zuiden van Mauritanië

Mevrouw Mint El Moctar lijkt een wat lijzige mevrouw, maar is een rebel. Toen ze vorig jaar met de dood bedreigd werd door radicale islamisten, bleef ze gewoon doorwerken. Want iemand moet het doen: de nefaste gewoontes en tradities waar vrouwen onder lijden aankaarten. Het taboe rond slavernij doorbreken.

Jammer dan dat ze daar vijanden mee maakt. Veel vijanden. Bij de staat, bij de politieke en religieuze elites en bovenal in haar eigen gemeenschap van Witte Moren. Want hoe haalt ze het in haar hoofd om haar eigen mensen te bekritiseren? Laat de Haratin hun eigen rechten maar verdedigen. Niet zij, die Moorse, dochter van slavenhouders.

‘Slavenhouders zijn ziek’

‘Er vechten al Witte Moren met ons mee, soms zelfs tegen hun eigen families. Maar het zijn er niet veel,’ zegt Boubacar Messaoud van SOS Esclaves. Hij kent Aminetou al decennia. Ze hebben dagenlang gestaakt voor politiekantoren, nachtenlang dossiers besproken.

Slavernij verslaan kan alleen als je samenwerkt met de Arabische Berbers, is hun overtuiging. Daarom is het belangrijk dat er Witte Moren bij hun organisaties aangesloten zijn, dat ze in de betogingen meelopen. Ze moeten weten dat het geen strijd is tegen hen. Maar mét hen.

Boubacar_Ould_Messaoud_Lowres©LisaDeveltere-3705

Boubacar Messaoud tijdens een betoging op 29 april 2015

‘Wij willen de Moorse gemeenschap niet uitsluiten of viseren, zoals IRA doet.’ zegt Boubacar. ‘We willen slavenhouders niet bedreigen, maar genezen. Want ze zijn ziek, mentaal ziek. Ze geloven dat ze superieur zijn. Ze denken dat het land van hun is, en dat alle anderen tweederangs burgers zijn. Wij willen laten zien dat we broers kunnen zijn.’

Dovemansoren

Is er een dialoog mogelijk met slavenhouders? Praat hij met ze? Boubacar zucht. Met een overtuigde slavenhouder is dat onmogelijk. Dat is voor dovemansoren spreken. Hij gaat wel in gesprek met mensen die hun slaven hebben bevrijd, maar toch nog met hen samenleven. Het fenomeen dat ze in Mauritanië séquelles noemen, overblijfselen van slavernij.’

‘Laatst kreeg ik bezoek van iemand die worstelde met een dilemma: “De vroegere slavin van mijn moeder wil dat ik voor haar kinderen zorg en ze naar school stuur. Ze weet niet wat ze zonder mij moet. Ik wil best helpen, maar omdat ze onze slaaf is geweest, voel ik me er ongemakkelijk bij.”’ Boubacar is altijd stellig in zijn advies. Je moet de banden verbreken. Compleet. Als je dat niet doet, leeft slavernij gewoon weer op.

‘Een bevrijde slaaf moet een moeizaam proces door: hij moet zijn persoonlijkheid hervinden. Hij moet zijn waardigheid opnieuw veroveren. Zich bevrijden van het dier dat hij is geworden, afgestompt en afhankelijk. Zelf leren denken en beslissingen nemen. Dat kan heel lang duren. Maar stapje voor stapje zal hij weer mens worden.’

Moet je slaven bevrijden?

Biram Dah Abeid werkt in 2008 als adviseur bij de Commission Nationale des Droits de l’Homme, een mensenrechtenorganisatie die met de overheid samenwerkt. Hij is benaderd door een jongeman die zegt dat zijn zus slaaf is.

Habbi woont met haar meesters in een tentenkamp in Mederdra, een dorpje in het zuidwesten van Mauritanië. Biram besluit er naartoe te gaan, samen met een politieagent, de broer van Habbi en een Franse cameraploeg.

In twee terreinwagens rijden ze vanuit de hoofdstad de woestijn in. Na lang zoeken vinden ze de tent, en het meisje, met een baby op haar arm. Ze is duidelijk niet blij met het bezoek. De politieagent haalt een blocnote tevoorschijn.

‘Klopt het dat u slaaf bent?’ Habbi ontkent. Ze is géén slaaf. Haar broer mengt zich in het gesprek. ‘Je bent wél slaaf.’ Habbi wordt steeds defensiever. ‘Ik ben geen slaaf! Waar zijn de getuigen? Ik ga niet met jullie mee.’ De agent probeert tussenbeide te komen, maar Habbi begint te schreeuwen. ‘Ik dien een klacht in tegen mijn broer!’

Bevrijdingsacties

Als je het fragment ziet, ga je als kijker gemakkelijk twijfelen. Is Habbi wel een slaaf? Weet Biram wat hij doet? Moet je slaven wel bevrijden? Als je Biram vandaag deze vragen zou voorleggen, zou hij 3 keer ‘ja’ antwoorden. Toch worden de bevrijdingsacties tegenwoordig helemaal anders aangepakt.

Een lokale journalist regelt een afspraak met IRA. De gsm’s van de prominente leden worden hoogstwaarschijnlijk afgeluisterd, dus het lijkt me beter om niet te bellen. Op zondagochtend om negen uur stopt een metallic Mercedes voor het hotel. Twee zwarte mannen in glimmende boubou’s stappen uit, stellen zich voor.

IRA_Lowres©LisaDeveltere-4407

Hamady Lehbouss (links) en zijn collega

Hamady Lehbouss is de ad interim leider van IRA, nu Biram in de gevangenis zit. Zijn collega is verantwoordelijk voor de financiën. Ze bewegen langzaam, formeel, zoals presidenten. Hamady neemt aan tafel plaats. Strijkt zijn boubou glad en kijkt me glimlachend aan, vanachter een bril met fijn zilverkleurig montuur. Ik vraag hoe ze tegenwoordig te werk gaan.

De vrucht laten rijpen

‘Het begint meestal met een tip,’ vertelt Hamady. ‘Als iemand zegt een slaaf te kennen, starten wij een onderzoek naar de omstandigheden. Daarvoor schakelen we een vrijwilliger in. Iemand met een minder bekend gezicht dan de leden van de eerste lijn. Die persoon probeert met de slaaf in contact te komen. Hij spreekt hem aan als hij naar de winkel gaat, als hij water gaat halen. Langzaam probeert hij het vertrouwen te winnen.’

‘Hij begint vragen te stellen: wat is zijn relatie met de familie, wordt hij betaald of niet? Vervolgens komt het erop aan de persoon te bewerken, dat wil zeggen bewust te maken van zijn situatie en van de mogelijkheid om zich daarvan te bevrijden. Dat proces van bewustwording kan lang duren, gemakkelijk een half jaar. Zo lang als nodig is voor de vrucht om te rijpen.’

Kat-en-muisspel

‘Eén dag voor de bevrijding bellen we het slachtoffer. Is hij echt klaar om weg te gaan bij zijn moeder of vader, is hij bereid om zijn meester aan te klagen? We leggen uit dat hij onder grote druk zal komen te staan.’

‘Als hij ja zegt, start de procedure. IRA stapt met het verhaal naar de prefect. Die belt naar de politiecommissaris om te zeggen dat hij een onderzoek moet starten. Vervolgens gaan een paar agenten naar het huis om de vermeende slaven en meesters mee naar het bureau te nemen.’

Hamady lacht. ‘Als er tenminste nog iemand thuis is. We hebben al meegemaakt dat we voor niks kwamen. Soms kent de prefect of de commissaris de desbetreffende familie en belt hij om te waarschuwen dat de politie eraan komt.’ Daar hebben ze iets op bedacht. Tegenwoordig laten ze het huis bewaken door een aantal IRA-leden tot de politie is gearriveerd.

De enige veroordeling

In het bureau volgt een verhoor. Daar mag niemand bij aanwezig zijn, maar volgens Hamady wordt de druk flink opgevoerd. ‘Je meester geeft je onderdak, hij geeft je te eten, en wat doe jij? Je komt hem beschuldigen, op aanraden van die lui van IRA, die je niet eens kent.’

Sommige slaven bezwijken onder druk, en krabbelen terug. Anderen zetten door. Maar het is uiteindelijk de procureur die beslist of hij een dossier opent of niet. Verreweg de meeste dossiers worden geseponeerd.
Sfeerbeelden_Nouakchott_Lowres©LisaDeveltere-4611

‘In de geschiedenis van Mauritanië is er één slavenhouder veroordeeld, in 2011. De speciale rapporteur van de VN was toen in het land en de staat zag zich verplicht om iets te doen. Het was de eerste en enige keer dat de wet van 2007, die slavernij strafbaar stelt, werd toegepast.’

‘Onder grote druk van IRA en andere organisaties werd de meesteres tot 2 jaar celstraf veroordeeld. Twee of drie maanden daarna werd ze vrijgelaten.’ Hamady glimlacht. Zo gaat het in Mauritanië.

Wat is de rol van de islam?

Het nieuws verspreidt zich in 2012 als een lopend vuurtje:  Biram heeft heilige boeken verbrand! Eerder die dag, op 27 april, heeft de activist vlakbij zijn huis in Nouakchott, honderden mensen uitgenodigd voor het vrijdaggebed. De pers is van tevoren ingelicht. Er gaat iets speciaals gebeuren.

Mannen in traditionele kledij zitten op straat te wachten. De sandalen uitgeschopt in het zand. Biram loopt naar voren, pakt de microfoon.

“Vandaag is een historische dag.’ De leider zwijgt. Laat de woorden neerdalen. ‘We gaan vandaag het geloof van Mauritanië zuiveren. We gaan de harten van de Mauritaniërs reinigen. Van de slaven en van de slavenhouders.’

Hij steekt een boek in de lucht, de leren kaft is met gouden letters bedrukt. ‘Deze boeken rechtvaardigen het verkopen en verkrachten van mensen. We hebben geen andere keus dan dit te doen.’ Een assistent van Biram gooit de boeken in een doos en giet er benzine over.

Sharia

Mauritanië is één van de vier islamitische Republieken van de wereld, samen met Pakistan, Iran en Afghanistan.  De Mauritaanse grondwet is deels geïnspireerd op de Franse grondwet en deels op de sharia, de islamitische rechtspraak. Welk recht van toepassing is hangt af van het domein.

Vrouw Kaedi ©Lisa Develtere

Een vrouw in Kaédi

Het algemene recht heeft betrekking op gebieden zoals arbeid en financiën. Het islamitische recht is van toepassing op het traditionele domein: huwelijk, echtscheiding en grondbezit.

Een assistent van Biram gooit de boeken in een doos en giet er benzine over.

De boeken die Biram verbrandde vormen de basis van de islamitische rechtspraak. DieMalikitische geschriften zijn interpretaties van de koran, in de veertiende eeuw geschreven door de Egyptenaar Cheikh Khalil.  Iedereen die in Mauritanië rechter, politiecommissaris of imam wil worden, moet de teksten bestuderen.

Onjuiste passage

‘Als je alle boeken gaat verbranden waarin één passage staat die niet correct is, blijft er geen boek meer over,’ lacht Abdoulaye Sarr (46). Meneer Sarr is imam van een moskee in een arme buitenwijk van de hoofdstad. Hij is een gematigde stem in het debat over de rol die de islam speelt in het voortbestaan van slavernij.

Abdoulaye_Sarr_Lowres©LisaDeveltere-5134

Imam Abdoulaye Sarr

‘Dat boek staat in elk huis in Mauritanië. Mensen lezen het om te weten hoe ze moeten bidden, hoe ze zich moeten reinigen. Als je het verbrandt, zeg je dat de volledige inhoud waardeloos is. Ik keur die daad absoluut af. Maar het klopt dat er één passage in staat die onjuist is.’ Sarr refereert aan de omstreden passage die het bezitten en verkopen van mensen rechtvaardigt.

‘Dat fragment is niet goed, maar het wordt nauwelijks gelezen of bestudeerd. Bovendien zijn de Malikitische werken geen openbaringen van de profeet. Wat eeuwen geleden is geschreven, is niet automatisch geldig in de context van vandaag. Men had die passage moeten voorleggen aan een geleerde.’

Vernietiging van een systeem

Eerder dit jaar kwam de sudderende discussie over slavernij en islam in een stroomversnelling terecht, toen  L’Association des Ulémas een fatwa publiceerde. In dat juridische advies stond dat er ‘vanaf vandaag geen enkele wettelijke basis meer is voor slavernij.’ Het was een primeur.

Biram noemde het een historische overwinning. De VN zagen één van hun cruciale aanbevelingen opgevolgd. Volgens hen wordt de misvatting dat de islam slavernij rechtvaardigt, ingezet als krachtig middel om slaven te onderdrukken.

Daarna kwam de kritiek. L’Association des Ulémas is een gezaghebbend religieus instituut waarin prominente geestelijken van het land verenigd zijn, maar sommige Mauritaniërs beschouwen het eerder als een politiek instituut. De geestelijken zouden pionnen van de staat te zijn. Andere religieuze leiders zouden slavernij nooit veroordelen.

´Persoonlijk denk ik niet dat een fatwa het probleem zal oplossen,’ reageert imam Sarr. ‘Het echte probleem van Mauritanië is het moeizame samenwonen van de verschillende gemeenschappen. Dat is vooral een sociale kwestie. Religie is niet het knelpunt, alle Mauritaniërs zijn tenslotte moslim. En slavernij bestond al voor de komst van de islam.´

Boubacar deelt de mening dat de fatwa niet plotseling alle problemen gaat oplossen. Toch is hij zeer tevreden dat een aantal religieuze leiders zich tegen slavernij hebben uitgesproken. ´Natuurlijk zijn er andere geestelijken die het daar niet mee eens zijn. Maar zo ontstaat een debat. En dat is het begin van de vernietiging van een systeem.´

Elk op hun eigen manier vechten Biram, Boubacar en Aminetou voor de afbraak van een complex systeem dat slavernij tot op de dag van vandaag in stand houdt in Mauritanië.

Maar over één ding zijn ze het eens. Ze gaan de strijd winnen.

Al maken ze het zelf misschien niet meer mee.

 

Mogelijke oplossingen

De belangrijkste opvattingen plus bedenkingen op een rij.

Juridisch 

*Oprichting van het nationaal agentschap Tadamoun. Het agentschap kan namens slachtoffers klachten indienen tegen vermeende slavenhouders en als openbaar aanklager optreden in een rechtszaak. (roadmap VN en overheid)

*Er is geen behoefte aan een nieuw orgaan. In plaats daarvan zouden de bestaande rechtbanken de stapels dossiers moeten afstoffen die zij de afgelopen jaren hebben ontvangen. (Aminetou Mint El Moctar)

Sociaal economisch

*Door de Haratin een bevoordeelde toegang te geven tot werk, kapitaal, onderwijs en politieke functies, versnel je hun sociaal economische ontwikkeling. (auteur Mohamed Ould Ciré)

*Leiderschapscursussen voor Haratin dragen bij aan een actievere rol bij de besluitvorming over hun gemeenschap. (Aminetou Mint El Moctar en Boubacar Messaoud)

*Haratin kunnen dikwijls niet bij een bank terecht vanwege een gebrek aan papieren en financiële garanties. Verstrekken van microkredieten zonder rente en oprichting van coöperaties (Aminetou Mint El Moctar en Mohamed Ould Ciré)

Sensibilisering                           

*Grootschalige sensibiliseringscampagnes. Tot de meest afgelegen tentenkampen in de woestijn moeten slachtoffers van slavernij weten wat hun rechten zijn en welke juridische wegen er bestaan om die op te eisen. (roadmap VN)

*Een verplichte training over slavernij voor rechters en overheidsvertegenwoordigers evenals politieagenten, journalisten en personeelsleden van ngo’s.(roadmap VN)

*Lessen over het slavernijverleden op school.(Ould Ciré)

Media aandacht

*De media kunnen een internationaal publiek informeren over de situatie in Mauritanië en zo de publieke opinie beïnvloeden.(IRA)

*Ngo´s hebben een grote invloed op de verhalen die naar buiten komen, doordat zij journalisten in contact brengen met slachtoffers van slavernij. De ngo’s lijken de slachtoffers aan te sporen om met de pers te praten.(Lokale journalist)

Druk vanuit EU 

*Mauritanië is een belangrijke partner van de EU in het bestrijden van terrorisme in de Sahel regio. De EU zou elke vorm van financiële, politieke en diplomatieke steun aan de Mauritaanse overheid moeten stopzetten. (Biram Dah Abeid)

 

mo logo
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: